einfach

adjective
eenvoudig, makkelijk
A1

einfach betekent ‘eenvoudig’, ‘makkelijk’ of ‘gewoon’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: einfacher, am einfachsten. In de praktijk wordt het ook vaak bijwoordelijk gebruikt. Tegenstellingen: schwierig, kompliziert.

Voorbeelden

Der Plan blieb erfolgreich, obwohl er einfach gestaltet war, damit jeder ihn verstehen konnte.
Het plan bleef succesvol, hoewel het eenvoudig was opgezet zodat iedereen het kon begrijpen.
Die Aufgabe ist einfach zu lösen.
De taak is eenvoudig op te lossen.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapeinfacher
Overschrijvende trapam einfachsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je één (ein) ding voor dat makkelijk te doen is — dat is ‘einfach’.
👂Klinkt als Engels ‘in fact’ achterstevoren — denk ‘einfach’ = eenvoudig.

Opmerkingen

Kan afhankelijk van de context ‘eenvoudig’ of ‘makkelijk’ betekenen. Regelmatige vergrotende en overtreffende trappen beschikbaar.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek