noun
uitdrukking, frase, formulering
B1
Ausdruck is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Ausdruck, meervoud Ausdrücke. Het betekent ‘uitdrukking’, ‘formulering’ of ‘gezichtsuitdrukking’. Veelgebruikte uitdrukking: etwas zum Ausdruck bringen = ‘iets tot uitdrukking brengen’. Regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Sein Gesicht zeigte keinen Ausdruck.
Zijn gezicht toonde geen enkele uitdrukking.
Der Redner benutzte einen ungewöhnlichen Ausdruck, der bei den Zuhörern Verwunderung auslöste, obwohl er damit nicht provozieren wollte.
De spreker gebruikte een ongebruikelijke uitdrukking, die bij de toehoorders verbazing opriep, hoewel hij daarmee niet wilde provoceren.
Der Ausdruck "auf gut Glück" ist umgangssprachlich.
De uitdrukking "auf gut Glück" is informeel.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een gezicht op een vel papier voor dat wordt ‘afgedrukt’, zodat je de uitdrukking kunt lezen.
Klinkt als «out-druk» — stel je voor dat je een uitdrukking ‘afdrukt’.
Der = mannelijk; stel je een mannelijke acteur (der) voor die een dramatische uitdrukking maakt.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt voor gezichtsuitdrukkingen én voor vaste woordcombinaties of frasen. Niet verwarren met het werkwoord «ausdrücken» (uitdrukken).