noun
ei
A1
Ei betekent „ei”. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Ei, meervoud die Eier. Genitief enkelvoud kan des Eies zijn, maar dat is vrij zeldzaam of ouderwets. Heel gebruikelijk in de keuken en in uitdrukkingen.
Voorbeelden
Ich esse jeden Morgen ein Ei.
Ik eet elke ochtend een ei.
Ich möchte zum Frühstück ein weiches Ei.
Ik wil graag een zachtgekookt ei bij het ontbijt.
Die Mutter legte das Ei in die Schüssel, als die Gäste schon kamen, weil sie das Frühstück vorbereiten musste.
De moeder legde het ei in de kom toen de gasten al aankwamen, omdat ze het ontbijt moest voorbereiden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een ei voor met de letter «E» erop om het met «Ei» te verbinden
das — denk aan «das Ei» als een neutraal voorwerp
Opmerkingen
Meervoud: Eier. De genitief enkelvoud wordt in formeel gebruik vaak geschreven als «des Eies», hoewel het informele gebruik kan variëren.