adjective
eigen, persoonlijk
A2
eigen is een bijvoeglijk naamwoord met de betekenis ‘eigen’ of ‘persoonlijk toebehorend’, maar ook ‘eigenaardig’/‘karakteristiek’. Het staat vaak vóór een zelfstandig naamwoord: mein eigenes Auto. Meestal niet te vergelijken. Tegenovergesteld aan fremd.
Voorbeelden
Das ist mein eigenes Auto.
Dat is mijn eigen auto.
Obwohl jeder eine eigene Meinung hatte, blieben die Teilnehmer sachlich, sodass am Ende ein Kompromiss gefunden wurde.
Hoewel iedereen een eigen mening had, bleven de deelnemers zakelijk, zodat er uiteindelijk een compromis werd gevonden.
Er hat seine eigene Art zu arbeiten.
Hij heeft zijn eigen manier van werken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die naar zijn eigen voorwerp wijst met een label ‘mijn eigen’.
Klinkt als ‘eye-gun’ — denk aan iets dat je zelf bezit (bezittelijk).