Essen

noun
eten, voedsel, maaltijd
A1

‘Essen’ is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent eten, voedsel of maaltijd. Genitief enkelvoud: ‘des Essens’. Het meervoud is gelijk: ‘die Essen’, zonder uitgang. Het kan ook het eten zelf aanduiden. Veel gebruikt in ‘zum Essen’.

Voorbeelden

Der Lieferdienst brachte das Essen, obwohl der Fahrer lange im Stau stand.
De bezorgdienst bracht het eten, hoewel de chauffeur lange tijd in de file had gestaan.
Das Essen ist lecker.
Het eten is lekker.
Das Essen ist kalt, bitte wärmen Sie es auf.
Het eten is koud, verwarm het alstublieft.

Details

MeervoudEssen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Essendie Essen
genitivedes Essensder Essen
dativedem Essenden Essen
accusativedas Essendie Essen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een bord met heerlijk eten voor met het label „Essen”.
👂Dezelfde spelling als het werkwoord „essen” — als zelfstandig naamwoord denk aan „het eten”.
⚧️das = veel verzamelwoorden voor maaltijden/voedsel zijn onzijdig: „das Essen”.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek