noun
boter
A1
Butter (v.) betekent „boter”. Het is meestal een niet-telbaar zelfstandig naamwoord en komt vooral in het enkelvoud voor: die Butter. Een gewone meervoudsvorm ontbreekt meestal. Hoeveelheden druk je uit met Stück, Packung enz. Veelgebruikt in de keuken.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Butter steht im Kühlschrank.
De boter staat in de koelkast.
Die Köchin fügte die Butter hinzu, weil die Soße deshalb cremiger wurde, und die Gäste lobten das Ergebnis.
De kokkin voegde de boter toe, waardoor de saus romiger werd, en de gasten prezen het resultaat.
Ich möchte Butter aufs Brot.
Ik wil boter op mijn brood.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een klont boter voor die smelt op warme toast
zoals het Engelse ‘butter’ — bijna identiek
Onthoud ‘die Butter’ — veel zuivelproducten zijn vrouwelijk in het Duits
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Butter is vaak niet-telbaar; meestal zonder meervoud. In sommige dialecten kan een meervoud bestaan, maar dat is ongewoon. Wanneer een meervoud wordt gebruikt, kan het datief meervoud in sommige varianten verschijnen als ‘den Buttern’; in de meeste contexten wordt de enkelvoudsvorm gebruikt. | Zelfstandig naamwoord alleen in het enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.