ehrlich

adjective
eerlijk, oprecht, frank
B1

ehrlich betekent ‘eerlijk’, ‘oprecht’ of ‘frank’. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: ehrlicher, am ehrlichsten. Je gebruikt het attributief en predicatief: ein ehrlicher Mensch, er ist ehrlich. Vaak in de uitdrukking ehrlich gesagt.

Voorbeelden

Er ist immer sehr ehrlich in seinen Antworten.
Hij is altijd heel eerlijk in zijn antwoorden.
Sei ehrlich mit mir.
Wees eerlijk tegen mij.
Um ehrlich zu sein, hat sie recht.
Eerlijk gezegd heeft ze gelijk.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapehrlicher
Overschrijvende trapam ehrlichsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor met een open gezicht en heldere ogen die oprecht glimlacht.
👂klinkt als ‘air-lich’ — denk aan frisse lucht en openheid.

Opmerkingen

Veelgebruikt bijvoeglijk naamwoord in alledaagse taal. Veelvoorkomende combinaties: ‘ehrlich gesagt’ (eerlijk gezegd), ‘um ehrlich zu sein’ (om eerlijk te zijn).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek