braten

verb
braden, bakken
A2

braten betekent ‘braden’ of ‘bakken’: voedsel garen in vet of met droge hitte. Het is een sterk, onregelmatig werkwoord: er brät, Präteritum briet, Partizip II gebraten. Perfekt met haben. Meestal transitief: etwas braten.

Voorbeelden

Sie briet die Kartoffeln.
Ze bakte de aardappelen.
Kannst du das Gemüse in der Pfanne braten?
Kun je de groenten in de pan bakken?
Wir wollen das Hähnchen im Ofen braten.
We willen de kip in de oven braden.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
Stamveranderingena -> ä in present (du/er), past stem 'briet-' (Präteritum)

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es brät
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es briet
Perfekter/sie/es hat gebraten

Ezelsbruggetjes

👁️Imaginez le changement de radical : un petit « a » qui devient « ä » dans les formes du du/er.
👂Ça ressemble à « braid » mais pensez à « braten » = « brunir/chauffer » (rôtir ou frire).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichbrate
dubrätst
er/sie/esbrät
wirbraten
ihrbratet
sie/Siebraten
ichwerde gebraten
duwirst gebraten
er/sie/eswird gebraten
wirwerden gebraten
ihrwerdet gebraten
sie/Siewerden gebraten
ichbrate
dubratest
er/sie/esbrate
wirbraten
ihrbratet
sie/Siebraten
ichwerde gebraten
duwerdest gebraten
er/sie/eswerde gebraten
wirwerden gebraten
ihrwerdet gebraten
sie/Siewerden gebraten
ichbräte
dubrätest
er/sie/esbräte
wirbräten
ihrbrätet
sie/Siebräten
ichwürde gebraten werden
duwürdest gebraten werden
er/sie/eswürde gebraten werden
wirwürden gebraten werden
ihrwürdet gebraten werden
sie/Siewürden gebraten werden
duBrate!
ihrBratet!
SieBraten Sie!