adjective
bruin
A1
braun betekent ‘bruin’. Het is een gewoon kleuradjectief en kan worden vergeleken: brauner, am braunsten. Het verbuigt naar geslacht, naamval en getal volgens de Duitse adjectiefuitgangen. Veel gebruikt voor haar, ogen, huid en voorwerpen.
Voorbeelden
Sie hat braune Haare.
Ze heeft bruin haar.
Das Brot war braun, weil es länger gebacken worden war.
Het brood was bruin omdat het langer was gebakken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een bruine chocoladereep voor om de kleur te onthouden
klinkt als Engels ‘brown’ met een verschoven ‘r’
n/a
Opmerkingen
Basis kleuradjectief, gebruikt zoals andere Duitse bijvoeglijke naamwoorden en verbogen afhankelijk van naamval/geslacht.