verb
bereiden, klaarmaken, voorbereiden
B1
zubereiten is een scheidbaar en regelmatig werkwoord dat ‘bereiden’ of ‘klaarmaken’ betekent, vooral van eten. Perfekt: hat zubereitet. Voltooid deelwoord: zubereitet. Veel gebruikt in de keuken; in de gebiedende wijs wordt het gescheiden: Bereite zu!
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich bereite das Abendessen zu.
Ik maak het avondeten klaar.
Ich bereite das Abendessen zu.
Ik ben het avondeten aan het bereiden.
Die Köchin bereitete das Abendessen zu, während die Gäste im Garten warteten, damit das Essen warm serviert werden konnte.
De kokkin bereidde het avondeten terwijl de gasten in de tuin wachtten, zodat het eten warm kon worden geserveerd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je ingrediënten op tafel zet en zegt: ‘Ik ga dit bereiden’ (zubereiten).
Klinkt als ‘to be ready’ — eten voorbereiden maakt het klaar.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Scheidbaar werkwoord: in hoofdzin gaat het voorvoegsel ‘zu’ naar het einde (ich bereite das Essen zu). Vaak gebruikt voor het bereiden van voedsel.