verb
mengen, mixen
B1
mischen betekent ‘mengen’ of ‘vermengen’, bijvoorbeeld ingrediënten, kleuren of geluiden. Het is een regelmatig zwak werkwoord: voltooid deelwoord gemischt, hulpwerkwoord haben. Niet scheidbaar en niet wederkerig. Veel gebruikt in keuken, chemie en audio.
Voorbeelden
Kannst du bitte den Teig gut mischen?
Kun je het deeg alsjeblieft goed mengen?
Ich mische die Farben.
Ik meng de kleuren.
Der Koch mischte die Gewürze, bevor er das Fleisch in den Ofen schob, damit der Geschmack besser wurde.
De kok mengde de kruiden voordat hij het vlees in de oven schoof, zodat de smaak beter werd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je in een kom roert zodat de ingrediënten één geheel worden.
Klinkt als het Engelse «mish» in «mish-mash» — dingen door elkaar mengen.
Opmerkingen
Een regelmatig zwak werkwoord. In samenstellingen kan het met voorvoegsels worden gecombineerd (niet-scheidbaar) om de betekenis te veranderen (bijv. «vermischen» — mengen, vermengen).