verb
aanbieden, bieden, verstrekken
B1
bieten betekent ‘aanbieden’, ‘verschaffen’ of ‘voorzien in’. Het is een sterk, onscheidbaar werkwoord dat meestal een lijdend voorwerp in de accusatief krijgt: etwas bieten. Vormen: präteritum bot, voltooid deelwoord geboten. Ook passief mogelijk: es wird geboten.
Voorbeelden
Sie hat uns einen Platz geboten.
Ze bood ons een plaats aan.
Unser Service bietet den Kunden zusätzliche Unterstützung.
Onze service biedt klanten extra ondersteuning.
Die Firma bietet zahlreiche Kurse für Anfänger an.
Het bedrijf biedt talrijke cursussen voor beginners aan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een verkoper voor die een product met beide handen aanbiedt aan een klant.
klinkt als 'beating' — stel je voor dat iemand aanbiedt voor jou op een trommel te slaan.
Opmerkingen
bieten is onregelmatig: verleden tijd «bot», voltooid deelwoord «geboten». Vaak gebruikt met «anbieten» wanneer wordt gespecificeerd wat wordt aangeboden (bijv. etwas anbieten).