noun
biljet, kaartje, ticket
B1
Billett is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘biljet’ of ‘ticket’. Meervoud: Billetts. Genitief enkelvoud: des Billetts. Het is vooral regionaal gebruikelijk in Zwitserland en Oostenrijk; in Duitsland zegt men vaker Ticket of Fahrschein.
Voorbeelden
Bitte zeigen Sie Ihr Billett beim Einsteigen vor.
Toon uw ticket bij het instappen.
Nachdem die Kontrolleure das Billett sahen, erlaubten sie dem Passagier den Einstieg.
Nadat de controleurs het ticket hadden gezien, lieten ze de passagier instappen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein papieren strookje voor met 'Billett' erop gestempeld, als een kaartje bij de poort.
Klinkt als 'bill-it' — denk aan een klein rekeningetje/bonnetje voor toegang — het ticket.
das -> stel je een neutraal klein papieren 'it' voor (das) als een klein voorwerp.
Opmerkingen
Billett is een regionale/oude variant van 'ticket' (gebruikt in sommige dialecten/Zwitserland). In modern standaardduits wordt vaker 'Ticket' gebruikt. Meervoud vaak 'Billetts'.