noun
relatie, verband, connectie
B1
Beziehung (die) betekent ‘relatie’ of ‘verband’, zowel in persoonlijke/romantische als in zakelijke of inhoudelijke zin. Meervoud: Beziehungen. Veelgebruikte uitdrukkingen: eine Beziehung haben, in Beziehung stehen zu. Regelmatige verbuiging.
Voorbeelden
Das ist eine Beziehung.
Dat is een relatie.
Es besteht eine direkte Beziehung zwischen Übung und Fortschritt.
Er bestaat een direct verband tussen oefening en vooruitgang.
Ihre Beziehung ist sehr eng und vertrauensvoll.
Hun relatie is heel hecht en gebaseerd op vertrouwen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je twee mensen voor die door een brug met elkaar verbonden zijn; die brug is de „Beziehung”.
Klinkt als „bay-TSOENG” — stel je een basis voor die twee dingen samenbindt.
die -> denk aan „die” als een lint (vrouwelijk) dat twee mensen samenbindt.
Opmerkingen
Veelvoorkomende combinaties: „eine Beziehung führen” (een relatie hebben), „in Beziehung stehen zu” (verband houden met). Pas op voor valse vrienden: „Relation” bestaat wel, maar is minder gebruikelijk in alledaags taalgebruik.