verb
bezetten, innemen, invullen (van een functie)
B1
besetzen betekent ‘bezetten’, ‘innemen’ of ‘een functie vervullen’. Het is een transitief, niet-scheidbaar zwak werkwoord met haben. Voltooid deelwoord: besetzt. Vooral in passieve constructies veel gebruikt, bv. wordt besetzt bij vacatures.
Voorbeelden
Die Demonstranten besetzten das Rathaus für mehrere Stunden.
De demonstranten bezetten het stadhuis voor meerdere uren.
Die Schauspieler besetzten die Hauptrollen, als das Theater das neue Stück probeweise aufführte, bevor die Premiere stattfand.
De acteurs speelden de hoofdrollen toen het theater het nieuwe stuk in een try-out opvoerde, voordat de première plaatsvond.
Ich besetze den Platz.
Ik bezet de plaats.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je mensen voor die op een podium gaan zitten om het te ‘bezetten’, of een bedrijf dat een vacature invult.
Klinkt als ‘be-set-zen’ — stel je voor dat je iets op zijn plaats zet (bezetten of invullen).
Opmerkingen
Wordt zowel gebruikt voor fysieke bezetting van een plaats als voor het invullen van rollen/functies (bijv. « eine Stelle besetzen »).