verb
beschrijven, afbeelden
A2
beschreiben is een sterk, niet-scheidbaar werkwoord en betekent „beschrijven” of „weergeven”. Perfekt met haben: ich habe beschrieben. Onregelmatige vormen: beschreibe, beschrieb, beschrieben. Meestal met een lijdend voorwerp: etwas beschreiben. Passief is mogelijk.
Voorbeelden
Ich habe den Weg beschrieben.
Ik heb de weg beschreven.
Der Roman beschreibt das Leben im 19. Jahrhundert sehr anschaulich.
De roman beschrijft het leven in de 19e eeuw zeer levendig.
Kannst du mir das Bild beschreiben?
Kun je de afbeelding voor me beschrijven?
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die details van een foto omcirkelt en aantekeningen maakt — je bent de afbeelding aan het „beschreiben”.
Denk aan „be-scribe” — als „scribe” (schrijven) met een „be”-voorvoegsel: een schriftelijke of mondelinge beschrijving geven.
Opmerkingen
beschreiben is een scheidbaar-onscheidbaar werkwoord met een onscheidbaar voorvoegsel (be-). Het krijgt een lijdend voorwerp (accusatief) — jemand/etwas beschreiben. Voltooid deelwoord: beschrieben. Vaak gebruikt voor het beschrijven van mensen, scènes, gebeurtenissen of teksten.