verb
kloppen, stemmen, stemmen op, stemmen (een instrument)
B1
stimmen is een regelmatig zwak werkwoord. Het betekent ‘kloppen / juist zijn’, ‘stemmen’ of ‘een instrument stemmen’. Perfekt met haben: hat gestimmt. Voltooid deelwoord: gestimmt. Voorbeelden: Das stimmt, für jemanden stimmen, ein Instrument stimmen. Niet wederkerend.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er stimmt die Gitarre vor dem Auftritt.
Hij stemt de gitaar voor het optreden.
Das stimmt nicht.
Dat klopt niet.
Seine Aussage stimmte nicht.
Zijn uitspraak klopte niet.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
stel je voor dat je aan een stemmechaniek draait zodat de snaren „stimmt” (goed staan)
klinkt als „stem in” — denk aan het juiste steeltje op zijn plaats zetten zodat iets klopt
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
stimmen is een regelmatig (zwak) werkwoord met meerdere betekenissen: onder andere „kloppen”, „stemmen” en „afstemmen”. De context bepaalt de betekenis.