verb
berekenen, aanrekenen
B1
berechnen is een regelmatig zwak werkwoord met twee hoofdbetekenissen: ‘berekenen’ en ‘kosten in rekening brengen’. Het is transitief: etwas berechnen, jemandem etwas berechnen. Hulpwerkwoord: haben; voltooid deelwoord: berechnet. Vaak gebruikt bij rekeningen en offertes.
Voorbeelden
Er berechnete die Kosten.
Hij berekende de kosten.
Ich berechne den Preis.
Ik bereken de prijs.
Die Firma berechnet dem Kunden eine zusätzliche Gebühr.
Het bedrijf rekent de klant een extra vergoeding aan.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een rekenmachine voor met een berenlogo die prijzen berekent.
Klinkt als ‘bear a-kin’ — stel je een beer voor die aan het rekenen is.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt voor wiskundige of financiële berekeningen. Ook gebruikt wanneer een verkoper of bedrijf kosten in rekening brengt.