adjective
comfortabel, gemakkelijk
A2
bequem betekent ‘comfortabel’, ‘gemakkelijk’ of soms ‘praktisch’. Het is een gewoon bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: bequemer, am bequemsten. Tegenovergestelde: unbequem. Veel gebruikt voor meubels, kleding en situaties die prettig of handig zijn.
Voorbeelden
Der neue Sessel war sehr bequem, obwohl er etwas klein war.
De nieuwe fauteuil was erg comfortabel, hoewel hij wat klein was.
Das Sofa ist sehr bequem.
De bank is erg comfortabel.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je wegzakt in een comfortabele fauteuil met daarop «bequem».
be-COOM -> 'be coomfy' (gezellig)
Opmerkingen
Trilbaar bijvoeglijk naamwoord. Vergrotende trap: « bequemer », overtreffende trap: « am bequemsten ».