verb
in dienst nemen, instellen, stoppen met
B1
einstellen is een scheidbaar werkwoord: ein·stellen. Het betekent ‘aanstellen’, ‘instellen/afstellen’ of ‘stoppen met’. Het is een zwak werkwoord zonder klinkerverandering. Perfekt met haben: hat eingestellt. Voltooid deelwoord: eingestellt.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Firma hat beschlossen, die Produktion einzustellen.
Het bedrijf heeft besloten de productie stop te zetten.
Ich stelle den Wecker ein.
Ik zet de wekker.
Er stellte die Heizung ein.
Hij stelde de verwarming in.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je een schakelaar in de juiste stand schuift om iets te «instellen» — die beweging helpt je «einstellen» te onthouden.
Klinkt een beetje als het Engelse «install» — beide gaan over iets op zijn plaats zetten.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Einstellen heeft meerdere betekenissen en kan scheidbaar zijn (ein|stellen: aannemen, instellen) of onscheidbaar in andere contexten (einstellen: stoppen). De context bepaalt de betekenis; het voltooid deelwoord is «eingestellt».