Autobahn

noun
snelweg, autoweg
A1

Autobahn betekent ‘snelweg’ of ‘autosnelweg’. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Autobahn, meervoud die Autobahnen. Vaak gebruik je het met auf: auf der Autobahn fahren. Het woord verwijst naar Duitse snelwegen met speciale verkeersregels.

Voorbeelden

Wir fahren die Autobahn bis zur Ausfahrt 12.
We rijden over de snelweg tot afrit 12.
Auf der Autobahn darf man oft schneller fahren.
Op de snelweg mag je vaak sneller rijden.
Auf der Autobahn bildete sich ein Stau, weil ein Lkw liegen blieb.
Op de snelweg ontstond een file omdat een vrachtwagen pech kreeg.

Details

MeervoudAutobahnen

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedie Autobahndie Autobahnen
genitiveder Autobahnder Autobahnen
dativeder Autobahnden Autobahnen
accusativedie Autobahndie Autobahnen

Ezelsbruggetjes

👁️een lange weg met meerdere rijstroken waar auto’s hard rijden
👂auto + bahn (trein) -> grote weg voor auto’s
⚧️die — denk aan ‘die Bahn’ (de spoorweg), vrouwelijk; Autobahn is als de ‘autospoorweg’

Opmerkingen

Meervoud: Autobahnen. Belangrijk voor reislwoordenschat in Duitstalige landen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek