noun
automaat, verkoopautomaat, snackautomaat
A1
Automat is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘automaat’ of ‘verkoopautomaat’. Meervoud: Automaten. Het is een zwak zelfstandig naamwoord, dus vaak met -en: dem Automaten, des Automaten. Veel gebruikt in openbare ruimtes.
Voorbeelden
Werfen Sie das Geld in den Automaten.
Doe het geld in de automaat.
Bitte zahle im Automaten und nimm dein Ticket.
Betaal alstublieft bij de automaat en neem uw ticket mee.
Am Automaten bezahlte ein Tourist die Fahrkarte, obwohl der Apparat manchmal kein Geld zurückgab.
Bij de automaat betaalde een toerist het ticket, hoewel het apparaat soms geen wisselgeld gaf.
Details
Ezelsbruggetjes
een machine waar munten in worden gestopt en waar snacks uit komen
geautomatiseerde machine -> automat
der — denk aan « der Automat » zoals « der Apparat », mannelijk
Opmerkingen
Meervoud: Automaten. Vaak te vinden in openbare ruimtes voor tickets of snacks.