noun
regen
A1
Regen is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Regen, meervoud hetzelfde: Regen. Betekent regen en wordt meestal als onbepaald/massawoord gebruikt. Veelgebruikte uitdrukkingen: im Regen, bei Regen. Verbuiging: des Regens, dem Regen, den Regen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Bei Regen bleibe ich am liebsten zu Hause.
Als het regent, blijf ik het liefst thuis.
Der Regen fällt heute sehr stark.
Het regent vandaag heel hard.
Die Veranstaltung wurde abgesagt, weil wegen des starken Regens viele Leute nicht kommen konnten.
Het evenement werd geannuleerd omdat veel mensen door de hevige regen niet konden komen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je druppels voor die vallen en het woord «Regen» geschreven in regendruppels
Regen lijkt een beetje op het Engelse «raining»
Der Regen — stel je een sterke mannelijke storm voor (der)
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meestal niet-telbaar; het meervoud is vaak gelijk aan het enkelvoud of wordt zelden gebruikt. | Alleen enkelvoudig zelfstandig naamwoord; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.