Koffer

noun
koffer, reiskoffer
A1

Koffer betekent ‘koffer’ of ‘reiskoffer’ en soms ‘kist’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Koffer, meervoud die Koffer. De verbuiging is regelmatig, met den Koffern in de datief meervoud. Veelgebruikt bij reizen: einen Koffer packen.

Voorbeelden

Ich packe meinen Koffer.
Ik pak mijn koffer in.
Der Reisende packte den Koffer, bevor er zum Bahnhof ging.
De reiziger pakte de koffer in voordat hij naar het station ging.
Der alte Koffer steht im Keller.
De oude koffer staat in de kelder.

Details

MeervoudKoffer

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Kofferdie Koffer
genitivedes Koffersder Koffer
dativedem Kofferden Koffern
accusativeden Kofferdie Koffer

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een reiskoffer voor met een grote K erop op de bagageband op het vliegveld.
👂Klinkt als 'coffer' (een kist) — denk aan een kist voor kleding.
⚧️der — stel je een man (der) voor die de koffer door de douane draagt.

Opmerkingen

Koffer is een regelmatig mannelijk zelfstandig naamwoord. Meervoud is Koffer (geen spellingverandering).

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek