noun
koffer, reiskoffer
A1
Koffer betekent ‘koffer’ of ‘reiskoffer’ en soms ‘kist’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Koffer, meervoud die Koffer. De verbuiging is regelmatig, met den Koffern in de datief meervoud. Veelgebruikt bij reizen: einen Koffer packen.
Voorbeelden
Ich packe meinen Koffer.
Ik pak mijn koffer in.
Der Reisende packte den Koffer, bevor er zum Bahnhof ging.
De reiziger pakte de koffer in voordat hij naar het station ging.
Der alte Koffer steht im Keller.
De oude koffer staat in de kelder.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een reiskoffer voor met een grote K erop op de bagageband op het vliegveld.
Klinkt als 'coffer' (een kist) — denk aan een kist voor kleding.
der — stel je een man (der) voor die de koffer door de douane draagt.
Opmerkingen
Koffer is een regelmatig mannelijk zelfstandig naamwoord. Meervoud is Koffer (geen spellingverandering).