noun
tweepersoonskamer
A1
Doppelzimmer is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent „tweepersoonskamer” of, afhankelijk van de bedden, „kamer met twee aparte bedden”. Meervoud: Doppelzimmer, dus onveranderd. Genitief enkelvoud: des Doppelzimmers; datief meervoud: den Doppelzimmern. Veel gebruikt in hotels.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir haben ein Doppelzimmer für zwei Nächte gebucht.
We hebben een tweepersoonskamer voor twee nachten geboekt.
Wir haben ein Doppelzimmer gebucht.
We hebben een tweepersoonskamer geboekt.
Die Reisegruppe buchte ein Doppelzimmer, weil zwei Teilnehmer im selben Zimmer schlafen wollten.
De reisgroep boekte een tweepersoonskamer omdat twee deelnemers in dezelfde kamer wilden slapen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je twee bedden naast elkaar voor met een bord 'Doppelzimmer' boven de deur.
Doppel- lijkt op het Engelse 'double'.
onzijdig: stel je een neutraal hotelbord in lichtblauw voor