verb
tentoonstellen, uitgeven (van een document), uitstallen
B1
ausstellen is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘tentoonstellen’ of ‘een document afgeven/uitreiken’. Het is zwak en vormt het perfect met haben: hat ausgestellt. In een hoofdzin scheidt aus- af: ich stelle das Bild aus. Veel gebruikt in formele context.
Voorbeelden
Der Ausweis ist ausgestellt worden.
De identiteitskaart is uitgegeven.
Sie stellte die Kunstwerke aus.
Zij stelde de kunstwerken tentoon.
Das Amt hat den neuen Pass gestern ausgestellt.
De dienst heeft gisteren het nieuwe paspoort afgegeven.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een galerie-assistent voor die een kunstwerk ‘naar buiten’ (aus) zet door het op een sokkel te plaatsen (stellen).
Klinkt als ‘out + still in’ — stel je voor dat je iets tentoonstelt en het toch stil laat staan.
Opmerkingen
ausstellen is een scheidbaar werkwoord (aus-stellen). Het betekent vaak ‘tentoonstellen’ (kunst) of ‘uitgeven’ (documenten). In voltooide tijden scheidt het voorvoegsel zich: ich habe das Zertifikat ausgestellt.