verb
optreden, verschijnen, voorkomen, ten tonele verschijnen
B1
auftreten heeft twee hoofdbetekenissen: „optreden / verschijnen” bij een gebeurtenis of symptoom, en „op het podium optreden”. Het is een scheidbaar, sterk en onregelmatig werkwoord: tritt auf, Präteritum trat, Partizip II aufgetreten. In de voltooide tijd met sein.
Voorbeelden
Das Problem tritt nur selten auf.
Het probleem doet zich maar zelden voor.
Die Band tritt morgen Abend in der Stadt auf.
De band treedt morgenavond op in de stad.
Er tritt heute Abend auf der Bühne auf.
Hij treedt vanavond op het podium op.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die het podium op stapt met het label ‘auftreten’ (verschijnen/optreden).
Klinkt als ‘off-treten’ — denk aan ‘step onto’ het podium om op te treden.
Opmerkingen
auftreten is scheidbaar (auf·treten). Het wordt vaak onovergankelijk gebruikt in de betekenis ‘voorkomen, verschijnen’ en ook in de betekenis ‘optreden’ (op het podium). Het perfectum gebruikt sein (ist aufgetreten) wanneer het beweging, verschijnen of optreden aangeeft. De lijdende vorm wordt voor de onovergankelijke betekenis ‘voorkomen/verschijnen’ doorgaans niet gebruikt en is daarom hier niet vermeld. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing. De vormen van Konjunktiv I Präteritum worden niet gebruikt/zijn zeldzaam en zijn gemarkeerd als ‘niet van toepassing’.