verb
verzoeken, aansporen
B1
auffordern is een scheidbaar werkwoord: fordern ... auf. Het betekent ‘iemand vragen, aanmanen of oproepen iets te doen’. Hulpwerkwoord: haben; voltooid deelwoord: aufgefordert. Het is zwak en niet-reflexief. Vaak met een lijdend voorwerp en een infinitiefconstructie.
Voorbeelden
Der Lehrer forderte die Schüler auf, leiser zu sprechen, weil der Prüfer schon anwesend war.
De leraar verzocht de leerlingen zachter te spreken, omdat de examinator al aanwezig was.
Ich fordere dich auf, die Aufgabe zu lösen.
Ik dring erop aan dat je de taak oplost.
Der Lehrer fordert die Schüler auf, ihre Hausaufgaben zu zeigen.
De leraar vraagt de leerlingen hun huiswerk te laten zien.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon voor met een bordje «Alsjeblieft» die iemand beleefd vraagt iets te doen.
Denk aan «offer» + «dern» — stel je voor dat iemand een verzoek aanbiedt.
Opmerkingen
Een scheidbaar, regelmatig (zwak) werkwoord. Gebruikt voor formele verzoeken of eisen; in gesproken taal kan het afhankelijk van de context milder of sterker klinken.