noun
verblijf, residentie, oponthoud
B1
Aufenthalt is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘verblijf’, ‘oponthoud’ of ‘residentie’. Lidwoord: der; meervoud: Aufenthalte. Genitief enkelvoud: des Aufenthalts. Veelgebruikte combinatie: Aufenthalt in + datief. Verwant werkwoord: sich aufhalten.
Voorbeelden
Während meines Aufenthalts in Berlin habe ich viele Museen besucht.
Tijdens mijn verblijf in Berlijn heb ik veel musea bezocht.
Die Familie verlängerte den Aufenthalt, weil sie mehr Zeit für die Renovierung benötigte.
De familie verlengde het verblijf omdat ze meer tijd nodig had voor de renovatie.
Wir hatten einen angenehmen Aufenthalt in Berlin.
We hadden een prettig verblijf in Berlijn.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een hotelstempel in een paspoort voor die je «Aufenthalt» markeert.
Klinkt als «off-en-thalt» — denk aan «blijven / ophouden».
der — koppel het aan «der Aufenthalt» zoals «der Besuch» (een bezoek), beide mannelijk.
Opmerkingen
Wordt gebruikt voor tijdelijke verblijven of residentie; komt voor in reis-, immigratie- en administratieve contexten.