conjunction
ook, eveneens, tevens
A1
auch betekent ‘ook’, ‘eveneens’ of ‘zelfs’. Het voegt informatie toe of legt extra nadruk. In het Duits staat het meestal dicht bij het woord of zinsdeel waarop het slaat. Heel frequent woord, zonder naamval of vaste constructie.
Voorbeelden
Ich möchte auch ein Stück Kuchen.
Ik wil ook graag een stuk cake.
Obwohl das Wetter schlecht war, nahm er auch an der Wanderung teil, weil er die Natur sehen wollte.
Hoewel het weer slecht was, deed hij ook mee aan de wandeling omdat hij de natuur wilde zien.
Er kann gut singen, und ich kann das auch.
Hij kan goed zingen, en ik kan dat ook.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je nog één item aan een lijst toevoegt met een klein plusteken → die toevoeging is ‘auch’ (ook/eveneens).
Klinkt als het Engelse ‘ouch’, maar met een extra ‘a’ ervoor — ‘auch’ voegt vaak een extra idee toe (ook/eveneens).
Opmerkingen
‘auch’ is heel gebruikelijk en flexibel — het wordt gebruikt om informatie toe te voegen (ook) of om in te stemmen (ook). Het kan gecombineerd worden met andere partikels (bijv. ‘auch nicht’).