noun
verzorgingshuis, bejaardentehuis, ouderenhuis
B1
Altersheim, het: neutraal zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘bejaardentehuis’ of ‘verzorgingshuis’. Meervoud: Altersheime. Regelmatige verbuiging. Veel gebruikt in zorg- en sociale context; bijna synoniem met Altenheim.
Voorbeelden
Das Altersheim bietet viele Freizeitaktivitäten für die Bewohner.
Het verzorgingstehuis biedt veel vrijetijdsactiviteiten voor de bewoners.
Meine Oma möchte nicht ins Altersheim. Sie will zu Hause bleiben.
Mijn oma wil niet naar een verzorgingstehuis. Ze wil thuis blijven.
Die Frau spendete Bücher an das Altersheim, nachdem die Nachbarn zu einer Sammlung aufgerufen hatten.
De vrouw doneerde boeken aan het bejaardentehuis nadat de buren hadden opgeroepen tot een inzameling.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een huis voor met een groot bord ‘Altersheim’ waar ouderen in de tuin samenkomen.
Denk aan ‘alter’s home’ — ‘Alter’ betekent oud in het Duits en ‘heim’ betekent huis.
das — onthoud dat veel instellingen/gebouwen ‘das’ krijgen (bijv. das Krankenhaus, das Museum), dus das Altersheim.
Opmerkingen
Altersheim is een neutrale, enigszins formele term voor een woonzorginstelling voor ouderen. Informele of alternatieve woorden zijn onder meer ‘Seniorenheim’ of ‘Pflegeheim’ (dat laatste legt vaak de nadruk op medische zorg).