noun
parkeerboete, parkeerbon
B1
Strafzettel (de, meervoud gelijk: Strafzettel) betekent een parkeerboete of bekeuring, vaak achter de ruit achtergelaten. Genitief enkelvoud: des Strafzettels. Veelgebruikt in verkeerstaal; informeel zegt men ook Knöllchen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Fahrer bekam einen Strafzettel, weil er sein Auto vor der Feuerwehrzufahrt parkte.
De bestuurder kreeg een parkeerboete omdat hij zijn auto voor de brandweeruitgang parkeerde.
Ich habe einen Strafzettel bekommen, weil ich falsch geparkt habe.
Ik heb een parkeerboete gekregen omdat ik verkeerd geparkeerd had.
Der Strafzettel kostete ihn 20 Euro.
De parkeerboete kostte hem 20 euro.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een felgeel briefje voor dat op de autoruit zit met ‘Strafzettel’ erop.
Klinkt als ‘straf’ + ‘zettel’ — stel je een ‘straf’-stempel voor op een klein ‘briefje’ (zettel).
der -> ‘Der’ begint met D als ‘Dad’ om het mannelijke geslacht te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Een gebruikelijke term voor het papieren berichtje/de bon die op een voertuig wordt achtergelaten bij parkeerinbreuken. Het meervoud is meestal gelijk aan het enkelvoud: die Strafzettel.