verb
ademen
B1
atmen betekent ‘ademen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord en vormt het perfect met haben: geatmet. Meestal onovergankelijk en niet wederkerig. Veel gebruikt in het dagelijks leven, sport en medische context.
Voorbeelden
Ich atme tief ein und aus.
Ik adem diep in en uit.
Ich atme tief, wenn ich gestresst bin.
Ik haal diep adem als ik gestrest ben.
Nach dem Sprint musste sie schwer atmen.
Na de sprint moest ze zwaar ademhalen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je lucht voor die zichtbaar in en uit de longen beweegt; dat is „atmen”.
at + men — stel je mannen voor die op adem komen na het rennen.
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord met de betekenis „ademen”; vaak gebruikt in wederkerige uitdrukkingen zoals „ein- und ausatmen”. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.