noun
asiel, toevlucht
B1
Asyl is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent ‘asiel’ of ‘toevlucht’, meestal in juridische zin: ‘politiek asiel’. Vorm: das Asyl, meervoud die Asyle; genitief des Asyls. Veel gebruikt in officiële, juridische en migratiecontexten, bv. Asyl beantragen.
Voorbeelden
Das Gericht gewährte dem Flüchtling Asyl, weil die Dokumente überzeugend waren.
De rechtbank verleende de vluchteling asiel omdat de documenten overtuigend waren.
Er fand als Kriegsflüchtling Zuflucht und Asyl.
Als oorlogsvluchteling vond hij onderdak en asiel.
Viele Menschen suchen in anderen Ländern Asyl.
Veel mensen zoeken asiel in andere landen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een gebouw voor met een bord ‘Asyl’ dat onderdak en veiligheid biedt.
Klinkt als ‘a-sill’ — stel je een stille, veilige plek voor.
das — denk aan ‘das Haus’ (het huis) als schuilplaats; Asyl is een schuilplaats (onzijdig).
Opmerkingen
Vaak gebruikt in juridische en politieke contexten; kan telbaar zijn (Asyle), maar in sommige gebruiken ook niet-telbaar.