erholen

verb
herstellen, uitrusten, opknappen
B1

erholen betekent vooral „uitrusten” en meestal „herstellen” of „op krachten komen”. Het wordt doorgaans wederkerend gebruikt: sich erholen. Regelmatig zwak werkwoord, niet-scheidbaar; voltooid deelwoord erholt, perfect met haben. Vaak bij ziekte, vakantie en herstel.

Voorbeelden

Sie hat sich gut erholt.
Ze is goed hersteld.
Ich erhole mich im Urlaub.
Ik kom tot rust op vakantie.
Am Wochenende erhole ich mich gerne im Garten.
In het weekend rust ik graag uit in de tuin.

Details

Hulpwerkwoordhaben
ScheidbaarNee
RegelmatigJa
Werkwoordtypeweak

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es erholt sich
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es erholte sich
Perfekter/sie/es hat sich erholt

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je iemand voor die in een hangmat ligt en langzaam beter wordt — daar ‘erholen’ ze.
👂Klinkt als ‘a-HAW-len’ — denk aan een ‘aha!’-gevoel wanneer je je beter voelt: erholen.

Opmerkingen

Wordt vaak wederkerend gebruikt (sich erholen). Betekent herstellen (gezondheid) of uitrusten. Gebruikt het hulpwerkwoord ‘haben’ in de voltooide tijden: ‘hat sich erholt’. Passieve vormen zijn niet van toepassing, omdat het werkwoord onovergankelijk/wederkerend is en geen normaal passief vormt.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

icherhole mich
duerholst dich
er/sie/eserholt sich
wirerholen uns
ihrerholt euch
sie/Sieerholen sich
icherhole mich
duerholest dich
er/sie/eserhole sich
wirerholen uns
ihrerholet euch
sie/Sieerholen sich
ichwürde mich erholen
duwürdest dich erholen
er/sie/eswürde sich erholen
wirwürden uns erholen
ihrwürdet euch erholen
sie/Siewürden sich erholen
duerhole dich
ihrerholt euch
Sieerholen sich