noun
adem, ademhaling
B1
Atem is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘adem’ of ‘ademhaling’. Vorm: der Atem, genitief des Atems; gebruikelijk meervoud: die Atemzüge. Veel voorkomende combinaties zijn den Atem anhalten en einen Atemzug. Zowel alledaags als medisch.
Voorbeelden
Der Arzt hörte den Atem des Patienten.
De arts luisterde naar de ademhaling van de patiënt.
Nach dem Lauf war sein Atem schnell.
Na het hardlopen was zijn ademhaling snel.
Nach dem langen Lauf war sein Atem schnell und flach.
Na de lange run was zijn ademhaling snel en oppervlakkig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een zichtbare ademwolk voor in koude lucht — dat is je ‘Atem’.
A-tem — zeg ‘a temp’ om de pauze van een ademhaling te onthouden.
der — associeer het met ‘der Mann’ (de man) die ademt; Atem is mannelijk.
Opmerkingen
Wordt vaak zowel letterlijk gebruikt (‘adem’) als in vaste uitdrukkingen (bijv. ‘ohne Atem’ = ‘buiten adem’).