noun
vrouwelijke arts, dokter
B1
Ärztin is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘vrouwelijke arts’ of ‘dokter’. Lidwoord: die; meervoud: Ärztinnen. Het is gevormd uit Arzt + -in; het meervoud op -innen is regelmatig. Let op de verbuiging: der Ärztin, den Ärztinnen.
Voorbeelden
Die Patientin suchte die Ärztin auf, nachdem die Symptome schlimmer geworden waren, damit sie untersucht werden konnte.
De patiënte ging naar de arts nadat de symptomen erger waren geworden, zodat ze onderzocht kon worden.
Die Ärztin hat mir ein Rezept für das Medikament ausgestellt.
De arts schreef mij een recept voor het medicijn uit.
Ich gehe zur Ärztin.
Ik ga naar de dokter.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een vrouw in een witte jas voor met een stethoscoop en een naamkaartje waarop ‘Ärztin’ staat.
Klinkt een beetje als ‘artist’ + ‘tin’ — maar stel je een medische professional voor, geen kunstenaar.
Vrouwelijk: veel Duitse vrouwelijke functietitels eindigen op -in; onthoud ‘die Ärztin’ = een vrouwelijke arts.
Opmerkingen
«Ärztin» duidt specifiek op een vrouwelijke arts; de mannelijke vorm is «Arzt». In formele contexten kun je genderneutrale vormen zien (Ärzt:innen).