verb
zich inspannen, inspannen, vermoeien
B1
anstrengen betekent vooral ‘zich inspannen’: sich anstrengen = moeite doen, zich uitsloven. Zonder wederkerigheid kan het ook ‘iemand vermoeien/uitputten’ betekenen. Het is een scheidbaar werkwoord, met haben; voltooid deelwoord: angestrengt. Vaak gebruikt in de gebiedende wijs: Streng dich an!
Voorbeelden
Diese Arbeit strengt mich sehr an.
Dit werk is erg vermoeiend voor mij.
Die Sportler strengten sich an, obwohl das Wetter schlecht war.
De sporters hebben zich ingespannen, hoewel het weer slecht was.
Du hast dich sehr angestrengt.
Je hebt je erg ingespannen.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je iemand voor die een zware kar duwt en zweet — die persoon 'anstrengt' zich.
Klinkt als 'and-stretch-in' — stel je voor dat je je uitrekt en je inspant.
Opmerkingen
Wordt vaak wederkerig gebruikt (sich anstrengen) in de betekenis 'zich inspannen'. Niet-wederkerig gebruik betekent vaak 'iemand inspannen' of 'iemand vermoeien'. Voltooid deelwoord: 'angestrengt'.