an

preposition
aan, bij, op
A1

„an” is een tweerichtingsvoorzetsel en betekent afhankelijk van de context o.a. „aan”, „bij”, „op” of „naar”. Met accusatief gebruik je het bij beweging of richting (an die Wand), met datief bij een vaste plaats (an der Wand).

Voorbeelden

Der Brief hing an der Tür, als die Besucher kamen.
De brief hing aan de deur toen de bezoekers aankwamen.
Häng das Bild an die Wand.
Hang het schilderij aan de muur.
Ich warte an der Haltestelle.
Ik wacht bij de halte.

Details

Naamvalaccusative, dative
Gebruik de accusatief wanneer er beweging naar iets toe is (richting). Gebruik de datief voor locatie of een statische positie.

Ezelsbruggetjes

👁️een pijl die een oppervlak raakt (op/aan)
👂kort als Engels «on»/«an» als je aan aanraken denkt

Opmerkingen

Een tweerichtingsvoorzetsel: neemt de accusatief voor richting/beweging en de datief voor locatie/toestand.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek