adverb
aan, ingeschakeld
A1
An (bijwoord) betekent meestal ‘aan’ in de zin van ingeschakeld, of ruimtelijk ‘tegen/op een oppervlak’: an der Wand = aan de muur. Hier is het geen volwaardig voorzetsel, maar een partikel/bijwoord. Het komt ook vaak voor in scheidbare werkwoorden zoals anmachen.
Voorbeelden
Der Mann klopfte an, während die Familie drinnen schlief.
De man klopte aan terwijl het gezin binnen sliep.
Das Licht ist an.
Het licht is aan.
Details
Ezelsbruggetjes
een lichtschakelaar met het label «AN» (aan) die gloeit
zoals Engels «on» — heel kort
Opmerkingen
«an» als bijwoord geeft vaak een toestand aan (bijv. een apparaat staat aan). Verschilt van het voorzetsel «an», hoewel de vorm identiek is.