preposition
aan de, op de, bij de
A1
am is de vaste samentrekking van an dem en betekent afhankelijk van de context „aan de”, „op de” of „bij de”, vooral in tijds- en plaatsaanduidingen. Het regeert altijd de datief: am Morgen, am Tisch. Niet met accusatief of genitief.
Voorbeelden
Wir treffen uns am Montag um 10 Uhr.
We ontmoeten elkaar maandag om 10 uur.
Am Bahnhof warteten viele Reisende, obwohl der Zug bereits am Gleis stand.
Op het station wachtten veel reizigers, hoewel de trein al aan het perron stond.
Das Bild hängt am Ende des Flurs.
Het schilderij hangt aan het einde van de gang.
Details
Ezelsbruggetjes
Visualiseer «am Montag» met een omcirkelde dag op de kalender.
Denk aan «am» als samentrekking van «an dem» (an + dem).
Opmerkingen
«am» is een samentrekking van «an dem» en regeert de datief.