noun
kantoor, overheidskantoor, autoriteit
B1
Amt betekent ‘ambt’, ‘overheidsdienst’ of ‘officiële functie’. In het Duits is het onzijdig: das Amt, meervoud die Ämter. Veelgebruikte uitdrukkingen zijn im Amt sein en ein Amt ausüben. Het meervoud heeft een umlaut.
Voorbeelden
Wo ist hier das Amt für Migration?
Waar is hier het immigratiekantoor?
Das Amt hat die Unterlagen überprüft.
De instantie heeft de documenten gecontroleerd.
Der Antrag wurde beim Amt eingereicht, obwohl die Unterlagen unvollständig waren, sodass die Bearbeitung länger dauerte.
De aanvraag werd bij het kantoor ingediend, hoewel de documenten onvolledig waren, waardoor de behandeling langer duurde.
Details
Ezelsbruggetjes
Imaginez un petit bâtiment officiel avec une plaque indiquant « Amt ».
Ressemble un peu à « amount » sans la fin — court et officiel.
das — de nombreux noms institutionnels courts et abstraits comme « Amt » sont neutres.
Opmerkingen
Amt s’emploie pour des bureaux publics officiels et des autorités gouvernementales. Pour un bureau d’entreprise privé, « Büro » est plus courant.