conjunction
wanneer, als, dan
A2
als is een onderschikkend voegwoord. Het betekent ‘toen’ bij een eenmalige gebeurtenis in het verleden, ‘als’ in de betekenis van rol of functie, en ‘dan’ in vergelijkingen: größer als. Het vervoegde werkwoord gaat naar het einde van de bijzin.
Voorbeelden
Als ich ein Kind war, spielte ich jeden Tag im Park.
Toen ik een kind was, speelde ik elke dag in het park.
Als das Wetter besser wurde, gingen die Nachbarn in den Park, weil sie frische Luft brauchten.
Toen het weer beter werd, gingen de buren naar het park omdat ze frisse lucht nodig hadden.
Dieses Auto ist teurer als das andere Modell.
Deze auto is duurder dan het andere model.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een tijdlijn voor met één gemarkeerd punt en het woord «als» als een vlag die zegt «op dat moment»; en ook een weegschaal voor vergelijkingen (dan).
Klinkt als «alls» — denk aan «alle momenten» voor tijd (wanneer) of «alle rollen» voor «als».
Opmerkingen
«Als» heeft twee veelvoorkomende gebruiken: temporeel («wanneer» voor eenmalige gebeurtenissen in het verleden — tegenover «wenn» voor herhaalde / tegenwoordige / toekomstige gebeurtenissen) en vergelijkend («dan» in vergelijkingen). Het kan ook «als» betekenen wanneer het een rol of functie aangeeft. Een veelvoorkomende fout is het verwarren van «als» en «wenn» in temporele bijzinnen.