adjective
oud, bejaard, vroeger
A1
alt is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘oud’ of ‘verouderd’. Het wordt verbogen en kan worden vergeleken: älter, am ältesten. Je gebruikt het voor mensen, dingen en gebouwen, bv. ein altes Haus. Veelgebruikte tegenwoorden zijn jung, neu en modern.
Voorbeelden
Das Gebäude war sehr alt, weil niemand es seit Jahrzehnten renovierte.
Het gebouw was erg oud, omdat niemand het al tientallen jaren had gerenoveerd.
Mein Fahrrad ist sehr alt und braucht eine Reparatur.
Mijn fiets is heel oud en moet gerepareerd worden.
Details
Ezelsbruggetjes
beeld van een oud huis met het woord «alt» in de deur gekerfd
klinkt als het Engelse «alt» (afkorting van «altitude»), maar denk aan leeftijd
Opmerkingen
Vergrotende trap: älter, overtreffende trap: am ältesten. Wordt gebruikt voor zowel mensen als voorwerpen.