noun
alledaagse leven, dagelijkse routine, dagelijks leven
B1
der Alltag is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘het dagelijks leven’ of ‘de dagelijkse routine’. Meervoud: die Alltage. De verbuiging is regelmatig: des Alltags, dem Alltag. Komt vaak voor in samenstellingen zoals Alltagsleben en Alltagsprobleme.
Voorbeelden
Der Alltag kann manchmal ziemlich hektisch sein.
Het dagelijks leven kan soms behoorlijk hectisch zijn.
Im Alltag hat sie wenig Zeit für Hobbys.
In het dagelijks leven heeft ze weinig tijd voor hobby's.
Nach dem langen Urlaub fiel es den Kollegen schwer, in den Alltag zurückzukehren, obwohl sie sich erholter fühlten.
Na de lange vakantie vonden de collega's het moeilijk om terug te keren naar het dagelijks leven, hoewel ze zich uitgeruster voelden.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een kalender voor vol herhaalde, vergelijkbare dagen die het dagelijkse leven voorstellen.
Klinkt een beetje als «all-tag» — denk aan «alle dagen» = dagelijks leven.
Der — stel je een mannelijk figuur (der) voor die gewone dagelijkse taken doet om het mannelijke geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt om het gewone, routinematige leven aan te duiden, tegenover speciale gebeurtenissen. Het meervoud «Alltage» wordt gebruikt wanneer men over verschillende soorten dagen of meerdere routines spreekt.