conjunction
weliswaar, inderdaad, zeker
B1
zwar drukt toegeving of beperking uit, meestal in de combinatie zwar ... aber (“weliswaar ... maar”). Het nuanceert een uitspraak en zet een tegenstelling neer, zonder zich te gedragen als een gewone onderschikkende voegwoord.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Er hat zwar wenig Zeit, aber er hilft dir trotzdem.
Hij heeft wel weinig tijd, maar hij helpt je toch.
Er sagte zwar, dass er kommen würde, aber er erschien nicht, weil der Zug ausgefallen war.
Hij zei wel dat hij zou komen, maar hij verscheen niet omdat de trein was uitgevallen.
Zwar ist das Auto teuer, aber es ist sehr zuverlässig.
Weliswaar is de auto duur, maar hij is erg betrouwbaar.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een korte pauze voor met twee borden: ‘ja’ en dan ‘maar’ — ‘zwar’ introduceert in je hoofd het ‘ja’-deel.
Klinkt een beetje als het Engelse ‘sure’; het idee is toegeven en daarna contrasteren.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt in de correlatieve constructie ‘zwar ... aber’ om iets toe te geven voordat een tegenstelling wordt geïntroduceerd. Register: neutraal.