abbiegen

verb
afslaan, afbuigen, een bocht nemen
B1

abbiegen is een scheidbaar werkwoord (ab|biegen) en betekent „afslaan”, „afbuigen” of „een hoek om gaan”. Het is onovergankelijk en krijgt in het perfect sein: ist abgebogen. Sterk werkwoord: Präteritum bog, Partizip II abgebogen.

Voorbeelden

Ich bin falsch abgebogen.
Ik ben verkeerd afgeslagen.
Nach dem Hotel biegt die Straße scharf nach rechts ab; dort musst du abbiegen.
Na het hotel buigt de weg scherp naar rechts af; daar moet je afslaan.
Am Ende der Straße bog das Auto ab, weil der Fahrer dem Navi folgen musste.
Aan het einde van de straat sloeg de auto af, omdat de bestuurder de gps moest volgen.

Details

Hulpwerkwoordsein
ScheidbaarJa
RegelmatigNee
Werkwoordtypestrong
StamveranderingenPresent stem vowel e -> ie (biegen -> bieg-), past stem vowel o (Präteritum: bog)

Hoofdsvormen

Präsens (3. Sg.)er/sie/es biegt ab
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es bog ab
Perfekter/sie/es ist abgebogen

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een auto op een kruispunt voor waarvan de voorwielen draaien om van de weg af te gaan.
👂Klinkt een beetje als Engels «ab-bee-gen» — denk aan «aBEND» (bend = draaien).

Opmerkingen

Scheidbaar werkwoord (voorvoegsel ab-). Bewegingswerkwoord dat in de voltooide tijd meestal het hulpwerkwoord sein gebruikt. Vaak gebruikt in routebeschrijvingen. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vorm is niet van toepassing.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek

ichbiege ab
dubiegst ab
er/sie/esbiegt ab
wirbiegen ab
ihrbiegt ab
sie/Siebiegen ab
ichbiege ab
dubiegest ab
er/sie/esbiege ab
wirbiegen ab
ihrbieget ab
sie/Siebiegen ab
ichwürde abbiegen
duwürdest abbiegen
er/sie/eswürde abbiegen
wirwürden abbiegen
ihrwürdet abbiegen
sie/Siewürden abbiegen
dubieg ab
ihrbiegt ab
Siebiegen ab