preposition
vanaf, met ingang van
A1
ab is een voorzetsel met de betekenis ‘vanaf’ of ‘met ingang van’, vooral bij tijd en beginpunten. Het regeert de datief: ab dem 1. Juli. Heel gebruikelijk in data, uren en aanduidingen van het begin van iets.
Voorbeelden
Ab heute darfst du den Schlüssel benutzen.
Vanaf vandaag mag je de sleutel gebruiken.
Ab dem nächsten Monat zahlten die Kunden, die das Abo nicht verlängerten, eine höhere Gebühr.
Vanaf volgende maand betaalden klanten die het abonnement niet verlengden een hogere vergoeding.
Der neue Fahrplan gilt ab dem 1. Mai.
De nieuwe dienstregeling geldt vanaf 1 mei.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een wijzer van een klok voor die van een punt weg beweegt — «ab» betekent «vanaf dat moment»
klinkt als het Engelse «off» (beide duiden scheiding aan)
n.v.t.
Opmerkingen
«Ab» als voorzetsel krijgt meestal de datief bij data of tijden (bijv. «ab dem 5. Juni»). Het kan ook functioneren als voorvoegsel in scheidbare werkwoorden (abfahren, abholen).