noun
wol
B1
Wolle (v.) betekent ‘wol’ en verwijst naar de textielvezel of het garen. Het is meestal een niet-telbaar zelfstandig naamwoord zonder aparte meervoudsvorm in het gewone gebruik. Regelmatige verbuiging. Vaak gebruikt voor materiaal: Die Wolle ist weich.
Voorbeelden
Dieser Pullover ist aus reiner Wolle.
Deze trui is van zuivere wol.
Die Schneiderin kaufte Wolle, damit der Pullover warm wurde, obwohl das Geld knapp gewesen war.
De naaister kocht wol zodat de trui warm zou zijn, hoewel er toen weinig geld was.
Die Wolle ist weich.
De wol is zacht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een pluizig schaap voor met een groot label „Wolle” op zijn vacht.
Klinkt als het Engelse „wool”, wat helpt om de woorden te koppelen.
Die (vrouwelijk): stel je een vrouw voor die met wol breit — een breister met „die Wolle”.
Opmerkingen
Wolle is in het Duits meestal een massanaamwoord (zoals „wool” in het Engels). Je spreekt meestal over „die Wolle” in plaats van afzonderlijke wolen te tellen. | Alleen enkelvoud; meervoudsvormen zijn niet van toepassing.