noun
zak, tasje
B1
Tüte betekent een zak, zakje of tas, meestal van papier of plastic, bijvoorbeeld voor boodschappen of snoep. In het Duits is het vrouwelijk: die Tüte, meervoud Tüten. De verbuiging is regelmatig en het meervoud is niet onregelmatig. Heel gewoon in de spreektaal.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Brauchen Sie eine Tüte für den Salat?
Heeft u een zak nodig voor de salade?
Die Kinder fanden eine Tüte, die auf der Bank lag, als der Zug ankam.
De kinderen vonden een tas die op de bank lag toen de trein aankwam.
Ich kaufe Obst und lege es in eine Tüte.
Ik koop fruit en doe het in een zak.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een papieren boodschappentas voor met het label 'Tüte', gevuld met boodschappen.
klinkt als 'toety' — stel je een klein zakje voor dat 'toot' zegt.
Eindigt op -e en is een alledaags voorwerp — veel van zulke zelfstandige naamwoorden zijn vrouwelijk (die Tüte).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgebruikt woord voor een kleine tas/zak (papier of plastic). In winkels kun je vragen: 'eine Tüte bitte'.